← Terug naar blog

Verdieping bij: Leven met PPPD

Verdieping

Waarom is PPPD de ene dag erger dan de andere?

Gepubliceerd door Wijnand

De ene dag gaat het redelijk. Je doet de boodschappen, je voert een gesprek, je hebt het gevoel dat het misschien toch de goede kant op gaat. De volgende dag lijkt alles zwaarder: de duizeligheid is sterker, de prikkels harder, de vermoeidheid groter. En je weet niet waarom.

Die wisselvalligheid is voor veel mensen met PPPD een van de moeilijkste kanten van de aandoening. Niet alleen omdat slechte dagen zwaar zijn, maar ook omdat het patroon onverklaarbaar lijkt. Je hebt niets anders gedaan. Je hebt niet meer stress gehad. En toch.

Dit artikel beschrijft wat er bekend is over die dagelijkse wisseling bij PPPD: wat wetenschappelijk is aangetoond, wat aannemelijk is op basis van bredere kennis over het zenuwstelsel, en wat, zoals de weerstheorie, populair is maar minder sterk staat dan mensen denken.

Wat onderzoek hierover zegt, en wat niet

Om eerlijk te beginnen: er is geen specifiek onderzoek dat de dagelijkse wisseling bij PPPD als hoofdonderwerp heeft. De officiële criteria voor de diagnose PPPD, vastgesteld in 2017, erkennen wel dat klachten wisselen in hevigheid, maar verklaren die wisseling niet. PPPD is een relatief nieuwe diagnose, en het onderzoek richt zich nog vooral op het stellen van de diagnose en het behandelen van de aandoening.

Wat er wel is: onderzoek naar wat klachten uitlokt bij vestibulaire aandoeningen in het algemeen, en steeds meer kennis over hoe het zenuwstelsel reageert op slaap, stress, vermoeidheid en hormonen. Die kennis gaat niet specifiek over PPPD, maar is wel van toepassing omdat de onderliggende processen overlappen.

Dat betekent dat de verklaringen in dit artikel van verschillende kwaliteit zijn. Waar de onderbouwing dunner is, staat dat erbij.

De drempel van het zenuwstelsel: het centrale mechanisme

Om dagelijkse wisselingen te begrijpen, helpt het om één centraal principe te kennen. Bij PPPD is de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat evenwichtssignalen verwerkt, voortdurend in een verhoogde toestand van alertheid. Die toestand is niet elke dag hetzelfde. Hij verschuift, afhankelijk van hoe het zenuwstelsel er op dat moment aan toe is.

Vergelijk het met een drempel. Hoe lager die drempel, hoe sneller het systeem alarm slaat bij prikkels die normaal worden weggefilterd. Hoe hoger de drempel, hoe meer het systeem aankan voordat klachten toenemen. Alles wat de drempel verlaagt, maakt een dag zwaarder. Alles wat de drempel stabiliseert, maakt een dag beter te dragen. De factoren hieronder werken allemaal via dit mechanisme.

Slaap: de sterkste dagelijkse factor

Hoe goed je hebt geslapen, is waarschijnlijk de meest bepalende factor voor hoe een dag bij PPPD verloopt. Dit is goed aangetoond, niet specifiek voor PPPD maar voor het zenuwstelsel in het algemeen.

Slaaptekort verhoogt de aanmaak van cortisol, het stresshormoon dat de hersenstam op scherp zet. Cortisol is een stof die je lichaam aanmaakt bij stress of gevaar. Het verlaagt de grens voor wat als pijnlijk of belastend wordt ervaren, verhoogt de gevoeligheid voor prikkels en vermindert het vermogen van de hersenen om zintuiglijke informatie te filteren. Voor mensen met PPPD, bij wie dat filtersysteem al overbelast is, betekent een slechte nacht bijna altijd een zwaardere dag.

Slaap is ook het moment waarop de hersenen zichzelf herstellen: nieuwe verbindingen worden versterkt en onnodige reactiepatronen worden afgebroken. Wie structureel slecht slaapt, vertraagt daarmee ook zijn eigen herstelproces.

Wat in de praktijk opvalt: een slechte nacht verklaart een slechte dag niet altijd volledig, maar andersom is het patroon bijna wetmatig. Wie goed heeft geslapen, heeft zelden zijn slechtste dag.

Stress en emotionele belasting: ook de dag erna

Stress verhoogt cortisol en adrenaline, en die stoffen verhogen de alertheid van de hersenstam. Maar er is iets wat minder aandacht krijgt.

Stress werkt niet alleen op de dag zelf, maar ook op de dag erna. Het zenuwstelsel heeft tijd nodig om vanuit een verhoogde toestand terug te keren naar rust. Cortisol daalt niet meteen na een zware dag. Dat verklaart waarom de dag na een stressvolle dag soms zwaarder is dan de stressvolle dag zelf.

Hetzelfde geldt voor spanning over iets dat nog moet komen. De verwachting dat morgen een drukke of moeilijke dag wordt, kan vandaag al de alertheid verhogen en de klachten versterken. De cirkel begint dan al voordat de situatie er is.

Vermoeidheid en het "dag daarna"-effect

Mensen met PPPD beschrijven regelmatig dat een dag die redelijk ging, gevolgd wordt door een dag die zwaar is zonder duidelijke reden. Dit patroon heeft een verklaring.

Het zenuwstelsel verwerkt bij PPPD voortdurend meer informatie dan bij iemand zonder de aandoening. Elke beweging, elke visuele prikkel, elke sociale interactie vraagt meer verwerkingscapaciteit. Die extra belasting stapelt zich op. Op de dag zelf houdt het systeem het soms goed bij. Maar de dag erna is de achterstand voelbaar.

Dit is een patroon dat ook bij andere functionele aandoeningen, aandoeningen waarbij het zenuwstelsel verkeerd reageert zonder dat er lichamelijke schade is, goed is beschreven. In onderzoek naar hoe mensen PPPD ervaren noemen deelnemers dit patroon als een van de meest verwarrende kanten van de aandoening.

De praktische conclusie: een dag die goed ging is niet altijd een teken dat je meer kunt. Het kan ook betekenen dat je de dag erna meer rust nodig hebt.

Hormonale schommelingen

Vrouwen met PPPD geven vaak aan dat klachten rondom de menstruatie duidelijk heviger zijn. Dat is begrijpelijk vanuit wat er bekend is over het vrouwelijke hormoon oestrogeen en het evenwichtssysteem.

Oestrogeen beïnvloedt de vochtbalans in het binnenoor en de gevoeligheid van het vestibulaire systeem, het systeem dat je evenwicht regelt. Bij aandoeningen zoals de ziekte van Ménière en vestibulaire migraine is de invloed van hormonale schommelingen goed gedocumenteerd. Voor PPPD specifiek is het bewijs dunner, maar de onderliggende processen overlappen.

Ook de overgang, de periode waarin de hormoonhuishouding verandert, is een moment waarop PPPD-klachten kunnen verergeren of voor het eerst optreden. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de grotere schommelingen in oestrogeenniveaus in die periode.

Infecties en ziek zijn

Een verkoudheid, een lichte infectie, koorts: het lichaam reageert met een ontstekingsreactie. Daarbij komen signaalstoffen vrij, cytokinen genaamd, die direct de werking van de hersenen beïnvloeden. Ze verhogen de algehele alertheid van het zenuwstelsel en verlagen de drempel voor klachten.

Dit verklaart waarom mensen met PPPD bij een gewone verkoudheid soms een flinke terugval in klachten ervaren die buiten verhouding lijkt te staan met hoe ziek ze zijn. Het zenuwstelsel staat in die periode op een hogere stand, en dat merk je als eerste als je PPPD hebt.

Cafeïne en alcohol

Cafeïne zet het zenuwstelsel aan. Het verhoogt de alertheid van de hersenen, maar bij PPPD betekent meer alertheid ook een hogere gevoeligheid voor prikkels. Of cafeïne voor iemand een echte factor is, verschilt sterk per persoon. Er is geen specifiek onderzoek bij PPPD, maar bij vestibulaire migraine wordt aangeraden minder cafeïne te drinken.

Alcohol dempt het zenuwstelsel in eerste instantie, wat tijdelijk verlichting kan geven. Daarna volgt een tegenreactie waarbij de activiteit van het zenuwstelsel juist verhoogd is. Bovendien verstoort alcohol de structuur en kwaliteit van de slaap, wat de dag erna de drempel verlaagt. De combinatie van dat directe en indirecte effect maakt alcohol voor veel mensen met vestibulaire klachten een betrouwbare verergerende factor.

Het weer: wat klopt er wel en niet van?

Veel mensen met PPPD zijn ervan overtuigd dat ze het weer aanvoelen. Ze beschrijven hoe klachten toenemen voor een bui, bij wisselend weer of bij hitte. Het is een veelgehoord verhaal en het voelt herkenbaar.

Bij de ziekte van Ménière is er enig bewijs voor een verband tussen veranderingen in de luchtdruk, de druk die de atmosfeer uitoefent op alles om ons heen, en aanvallen van duizeligheid. Het binnenoor bevat vloeistof onder druk, en wisselingen in luchtdruk kunnen die druk beïnvloeden. Maar ook dit bewijs is niet eenduidig en de gevonden effecten zijn klein.

Voor PPPD specifiek is er vrijwel geen onderzoek naar de invloed van weer of luchtdruk. En er is een denkfout die bij dit soort verbanden op de loer ligt. Mensen hebben de neiging om achteraf verbanden te zien die er misschien niet zijn. Als je twee weken lang elke dag noteert hoe je je voelt en hoe het weer is, en je zoekt daarna een verband, dan vind je er altijd een. Dat is geen bewijs, maar een gevolg van hoe ons geheugen werkt: we onthouden de momenten die kloppen met wat we al denken, en vergeten de momenten die dat niet doen.

Warmte kan indirect bijdragen via uitdroging en verhoogde vermoeidheid. Kou kan bijdragen via spierspanning en verhoogde alertheid. Maar dat zijn indirecte effecten via factoren die al eerder in dit artikel aan bod komen.

De eerlijke conclusie: het is niet onmogelijk dat weerveranderingen bij sommige mensen een rol spelen, maar wetenschappelijk is het bij PPPD niet aangetoond. De kans is groot dat op zogenaamde weerdagen andere factoren, zoals slaap, vermoeidheid of spanning over het weer zelf, de eigenlijke verklaring zijn. Het weer is een makkelijk aanwijsbaar iets in een situatie die verder onverklaarbaar voelt.

Waarom het zo moeilijk is om patronen te herkennen

PPPD is een aandoening waarbij veel factoren tegelijk spelen, en waarbij oorzaak en gevolg vaak vertraagd zijn. Wat vandaag zwaar maakt, heeft soms zijn oorsprong twee dagen eerder. De belasting van gisteren kan verklaren waarom vandaag moeilijk is. De spanning over iets van volgende week beïnvloedt vandaag al. Dat soort verbanden zijn moeilijk te zien zonder ze systematisch bij te houden.

Een klachtendagboek kan helpen. Niet om elke dag te beoordelen, maar om over weken patronen zichtbaar te maken. Wat je wilt weten is niet "waarom was gisteren slecht", maar "wat zie ik over de afgelopen vier weken, en zijn er factoren die steeds terugkomen op slechtere dagen".

Wat je ermee kunt

Dagvariatie begrijpen heeft twee praktische gevolgen.

Het eerste is dat slechte dagen niet als achteruitgang hoeven te worden gezien. Een zware dag na een goede week is geen bewijs dat de behandeling niet werkt of dat het nooit beter wordt. Het is het patroon van de aandoening. Wie dat weet, kan een slechte dag meer loslaten in plaats van er een betekenis aan te geven die er niet is.

Het tweede is dat de meest beïnvloedbare factoren bekend zijn: slaap, het doseren van prikkels, het omgaan met stress en het voorkomen van overbelasting. Dat zijn de hefbomen. Het weer is dat niet. Focussen op wat je kunt beïnvloeden, en loslaten wat je niet kunt beïnvloeden, is bij PPPD niet alleen een psychologisch advies. Het is ook neurobiologisch zinvol: minder controleren en bewaken betekent minder alertheid, en minder alertheid betekent een hogere drempel voor klachten.

Bronnen: Staab et al. 2017 (Barany Society, diagnostische criteria PPPD); Jeleff et al. 2023 (PMC, kwalitatief onderzoek PPPD-ervaringen); algemene literatuur over slaap en zenuwstelselgevoeligheid, hormonale invloeden op het vestibulaire systeem en luchtdruk bij vestibulaire aandoeningen.

Dit artikel is bedoeld als algemene achtergrondinformatie. Het vervangt niet het advies van een arts of therapeut voor jouw persoonlijke situatie.

🔒 Deze website gebruikt geen cookies, trackers of advertenties. Er worden geen persoonsgegevens opgeslagen.